Paragraaf 1.1 - Klimaten
Weer en klimaat
Het weer is de temperatuur, neerslag en wind in de dampkring. De dampkring is de luchtlaag rond de Aarde. Het weer kan per dag en plaats verschillen. Het klimaat is het gemiddelde weer in een groot gebied, gerekend over 30 jaar. Het klimaat verandert heel langzaam. De twee belangrijkste kenmerken zijn temperatuur en neerslag.
Klimaatgebieden
Een klimaatgebied is een groot gebied met gelijke temperatuur- en neerslagkenmerken. Er zijn vijf verschillende klimaatgebieden op aarde:
| Klimaat | Beschrijving |
|---|---|
| tropisch regenwoudklimaat | Het warmste en natste klimaat, te vinden rond de evenaar |
| savanneklimaat | Een warme en koude klimaat met een droge periode |
| steppeklimaat | Een droog klimaat met regentijd |
| woestijnklimaat | Het droogste klimaat |
| zeeklimaat | Een klimaat met een milde zomer, ongeveer 15ºC, de winter is niet kouder dan -3ºC. In dit klimaat is elke maand regen |
| Middelandse-Zeeklimaat | Een klimaat met een warme, droge zomer en natte winter |
| landklimaat | Een klimaat met een warme zomer en koude winter |
| toendraklimaat | Een klimaat waar in de korte zomer de temperatuur net boven het vriespunt komt |
| sneeuwklimaat | Het koudste klimaat, de temperatuur ligt altijd onder de 0ºC |
| hooggebergte klimaat | Een koud klimaat, temperaturen onder -20ºC |
Het ontstaan van klimaten
Breedteligging
Op lage breedte, ongeveer 30º noorder- en zuiderbreedte, zijn de temperaturen hoog. Hoe hoger de breedte, hoe kouder het wordt. Op lage breedte vallen de zonnestralen rechter op de aarde. Ze verwarmen dan een kleiner stuk van de aarde dan op hoge breedte. De zonnestralen leggen ook een kortere weg door de dampkring af. De kans om door wolken teruggekaatst de worden naar de ruimte is daardoor kleiner.
Ligging dichtbij of ver van zee
De zee houdt kou en warmte langer vast dan het vasteland. Daarin hebben gebieden die wind uit zee krijgen geen warme zomers en geen koude winters. De temperaturen zijn er dus gematigd. De zeewind neemt ook vochtige lucht mee.
Hoogteligging
Zonnestralen vallen op de aarde en worden dan omgezet in warmte. De aarde straalt die warmte uit. Daardoor daalt de temperatuur met ongeveer 0,6º Celcius voor elke 100 meter die je stijgt.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!