Hoofdstuk 3
§ 3.1 Hoe ziet China eruit?
Hooggebergte = gebied dat hoger ligt dan 1500 m
Middelgebergte = gebied tussen 500 en 1500 m hoogte
Laagvlakte = gebied dat lager ligt dan 200 m
Bekken = komvormig gebied (bijv. een dal met daaromheen bergen)
Absolute ligging = op welke breedte en lengte het gebied ligt.
Relatieve ligging = de ligging van een gebied ten opzichte van andere gebieden.
Lengtecirkels/meridianen = denkbeeldige lijnen, die lopen van de noordpool tot de zuidpool.
Lengteligging = de afstand in graden tot aan de 0-meridiaan, kan vari?ren van 0 tot 180 graden. De 0-graden lengtecirkel loopt over Greenwich in Engeland. Het gebied ten oosten van deze 0-graden meridiaan noemen we oosterlengte (OL) en het gebied ten westen de westerlengte (WL)
China bestaat kun je verdelen in 4 delen:
Noordwesten → wordt economisch steeds belangrijker, onder andere door de olierijkdommen onder de Takla-Makanwoestijn.
Noordoosten → weinig landbouw, veel zware industrie (=industrie die gebruik maakt van grote hoeveelheden zware grondstoffen)
Zuidwesten → door ongunstige natuurlijk omstandigheden is dit gebied nauwelijks bruikbaar voor de landbouw, dus improductief.
Zuidoosten → dit gebied wordt ook wel ?het echte China? genoemd. Hier liggen belangrijke steden en dichtbevolkte en vruchtbare landbouwgebieden.
Economische verschillen in China:
Het arme westen van China is zeer dunbevolkt. Grote delen worden gebruikt voor extensieve veeteelt. Oost-China is rijker en heeft een groot aantal miljoenensteden. Het bodemgebruik is veel intensiever dan in West-China.
§ 3.2 Wat weten we van de Chinezen?
Absolute aantallen = je weet precies om hoeveel mensen het gaat.
Relatieve aantallen = verhoudingsgetallen. Bijv. aantal geboortes per 1000 inwoners.
Geboorteoverschot: geboortecijfer gedeeld doorsterftecijfer.
1-kindpolitiek is er om de bevolking te verminderen.
Mao Zedong kwam in 1949 aan de macht. Hij regeerde met ijzeren hand en probeerde van China een ontwikkeld land te maken zonder invloed van buitenaf. Hij probeerde alles te regelen, ook welke kleren ze moesten dragen, waar ze moesten wonen enz?
Speciale economische zones en open steden bieden belastingvoordelen en een goed infrastructuur aan buitenlandse investeerders. Deze steden liggen vooral aan de kust.
Veranderingen in China:
De Chinese leiders willen van China een welvarend land maken. Daarom besloten zij hun economie om te vormen. Tot voor kort was China een socialistische planeconomie (ook wel communisme genoemd). Dat is een economie waarin de staat eigenaar is van de bedrijven en waarin de bedrijven produceren wat ze volgens plan voorgeschreven krijgen door de overheid. De planeconomie wordt steeds meer een kapitalistische vrijemarkteconomie. In zo?n economie produceren de bedrijven producten waar vraag naar is. Deze economie heeft in China nog wel Chinese kenmerken: de productiemiddelen (arbeid, kapitaal en natuur) blijven vaak nog in handen van de staat.
§ 3.3 Hoe is China verbonden met de rest van de wereld?
- Sinds 1 juli 1997 maakt Hongkong weer deel uit van China. Daarvoor was het een Britse kolonie.
- Vanaf 2000 is ook de Portugese kolonie Macau weer van China.
- China ziet Taiwan als onderdeel van haar grondgebied. Taiwan beschouwt zichzelf al een zelfstandig land.
Handelsbalans = de waarde van de export gedeeld door de waarde van de import.
Die van China is positief.
China is een meester in het namaken van allerlei producten. Zogenaamde merkartikelen overspoelen de westerse markten.
De lage lonen en de grote Chinese afzetmarkt trekken veel buitenlandse bedrijven.
Vanaf 1987 worden er veel buitenlandse investeringen gedaan in China.
Door de opendeurpolitiek komen er steeds meer westerse bedrijven naar China.
§ 3.4 Veranderen de Chinese steden?
Verschillende stadsdelen
In bijna iedere grote stad vind je een oud ommuurd stadsdeel met paleizen, regeringsgebouwen enz...
Daarnaast zie je uitgestrekte woonwijken en industriewijken, vaak naar Russisch voorbeeld gebouwd.
Verstedelijkingsgraad = het percentage mensen dat in steden woont.
In China wonen de meeste mensen op het platteland (± 58%)
Tot 1979 mocht je in China niet verhuizen zonder goedkeuring van de regering. Daarna komt er een grote migratie van de agrarische bevolking naar de steden. Op het platteland vindt mechanisatie plaats. Veel mensen raken werkloos.
In de periode van Mao Zedong bestond werkloosheid niet. De laatste jaren komt dat naar boven. Vooral in steden met veel staatsbedrijven hebben steeds meer mensen geen werk. Bedrijven boden hun arbeiders geen werk en loon meer, maar ze kregen goederen om op straat te verkopen. Ook komen er uit Chinese steden steeds meer berichten over grootstedelijke problemen als criminaliteit en drugsgebruik.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!