Paragraaf 3: de Bourgeoisie komt in verzet (1789)
Deze gebeurtenis gebeurt voor de 1e fase maar is een zeer grote oorzaak van de Franse revolutie. In 1789 wilde een minister dat de adel meer belasting moest betalen. Lodewijk de 16e was het hier mee eens. De adel kwam niet in opstand maar wilde wel dat de Staten-Generaal er over besliste.
Staten-Generaal: een vergadering onder de drie standen van de samenleving onder leiding van de koning.
Iedere stand had één stem. De adel dacht te kunnen winnen omdat de hoge geestelijke (meestal ook van adel) op hun stemde.
De koning besloot om de Staten-Generaal bij elkaar te roepen (voor het eerst sinds 1614). Op 5 mei begon de vergadering. In deze vergadering vonden een paar gebeurtenissen plaats waardoor de Franse Revolutie begon.
Bourgeoisie: de rijke mensen die daardoor in de politiek kwamen.
Toen ze begonnen met de vergadering wist niemand waar die aan toe was, bijv. wat mag een Staten-Generaal wel en niet? De koning wilde alleen maar hulp bij financiële problemen. Maar hij durfde dat niet tegen de adel te zeggen. Hij besloot dat elke stand zijn stem moest geven. De vertegenwoordigers van de 3e stand (burgervertegenwoordigers) wilde dit niet. Zij vonden dat ieder mens een stem mocht geven. Zo hoopten ze meer dan alleen de financiën te kunnen regelen. De koning wilde dit absoluut niet.
De Bourgeoisie roept een Nationale vergadering op, het parlement. Deze vergadering moest de hele Franse Regering vertegenwoordigen. Tijdens deze vergadering besloot men dat er een grondwet moest komen. In die grondwet moest komen te staan dat de macht van de koning beperkt moest worden en ook de rechten en plichten van de Fransen. De derde stand kreeg snel steun van de lagere geestelijken en enkele edelen. Lodewijk de 16e werd kwaad en besefte dat de Bourgeoisie grotere veranderingen door wilde voeren dan de adel. Hij verbood de vergadering maar daar luisterde de derde stand niet na. Hij ging samenwerken met de adel om te zorgen dat de derde stand te veel macht kreeg
De stemverdeling in de Staten-Generaal:
1ste stand (geestelijken): 300 man, 1stem
2de stand (adel): 300 man, 1 stem
3de stand (bourgeoisie): 600 man, 1 stem
Ongeveer 2% van de bevolking behoorde tot de 1ste en de 2de stand. De rest (± 98%) behoorde tot de 3de stand.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!