Paragraaf 4

De arme Parijzenaars waren bang voor de soldaten aan de rand van Parijs, daarom bestormden ze de Bastille om zich te bewapenen. Dit gebeurde op 14 juli 1789, en sindsdien is 14 juli in Frankrijk een nationale feestdag.

De koning besloot de soldaten weg te sturen zodat er geen paniek meer zou zijn. Vele edelen vluchtten daarom ook het land uit.

De boeren raakten in paniek, want er werd verteld dat de edellieden de boeren wilden vermoorden. De haat van de boeren tegen de adel was zo groot dat de boeren de landgoederen van de edelen gingen plunderen, hierdoor ontstond in de Nationale Vergadering een grote angst voor de boeren. Daarom besloot de koning dat de adel afstand moest nemen van haar voorrechten.

Later, in 1789, kwam er weer een actie van de bevolking van Parijs. De bevolking leed honger dus een menigte trok naar Versailles, waar de koning woonde. Ook de Nationale Vergadering was daar. De bevolking drong het paleis binnen en ze wilden dat de koning naar Parijs zou verhuizen. De koning ging naar Parijs en hij ging in een paleis tussen de Parijzenaars wonen.

Vanaf die tijd kon de bevolking van Parijs zicht meer bemoeien met het bestuur.

De vergaderingen van de Nationale Vergadering werden gehouden in een grote zaal en de bevolking kon dit volgen op tribunes en als de bevolking het ergens niet mee eens was dan riepen ze dat vanaf de tribune.

Lodewijk was bang dat er nieuwe problemen zouden komen als hij niet naar de bevolking luisterde dus keurde hij alles goed.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!