Paragraaf 5: de Nationale Vergadering gaat verder met hervormen (1789-1791)
Deze paragraaf speelt zich af in de 1e fase. De gematigde hervormer is dus in dit geval de 3e stand die, met de Nationale Vergadering, de levensomstandigheden wil hervormen.
Een belangrijke verandering is de grondwet. Deze werd op 3 september 1791 afgekondigd (ingevoerd). Hij is bedacht door Montesquieu.
Na maatregelen van de koning werd er op de kaatsbaan besloten, door de Nationale Vergadering, dat ze niet eerder uit elkaar zouden gaan voor de nieuwe grondwet klaar was. Hij beperkte de macht van de koning en zorgde dat de adel en de lagere bevolkingsgroepen de macht niet in handen kregen.
Ook werd de afschaffing van de voorrechten van adel en geestelijkheid verder uit gewerkt. Zij mochten geen:
- recht meer spreken op hun landgoederen;
- belasting heffen;
- speciale diensten aanvragen;
De volgende dingen werden ook veranderd:
- Al het kerkelijk landgoed was voortaan van de staat en de bourgeoisie en de rijke boeren konden het land kopen.
- Alle ambten werden voor iedereen opengesteld; je afkomst deed er niet meer toe.
- Alle geestelijken moesten een eed van trouw afleggen aan de regering.
- Arbeiders mochten niet meer staken maar moesten vakbonden oprichten.
- De zakenlieden kregen meer vrijheid om te handelen.
- Pastoors zouden voortaan door het volk gekozen worden.
Op dit laatste volgde veel protest van de paus en de geestelijken.
Vooral de bourgeoisie profiteerde van de hervormingen, dat bleek toen er de "Verklaring van de rechten van de mens en de burger" kwam. Hierin en in de grondwet werden de idee?n van de Verlichters over vrijheid en gelijkheid in artikelen vastgesteld.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!