Paragraaf 6: verschillende groepen strijden met elkaar om de macht (1791-1793)

De bourgeoisie wordt aangevallen door reactionairen en radicalen
Twee bevolkingsgroepen waren het niet een met de Bourgeoisie:

De vlucht van de koning en zijn gezin mislukt
In de nacht van 20 juni 1791 vluchtte koning Lodewijk XVI met zijn gezin. Hij was van plan zich aan te sluiten bij de Franse edelen. Zo hoopte hij steun te krijgen van andere koningen om een einde te maken aan de Franse Revolutie. Vermomd slopen ze uit het paleis. Ze werden bij de grens echter herkend, aangehouden en teruggestuurd. Op 25 juni keerden ze terug in Parijs. De mensen langs de kant namen hun hoed niet af en juichten niet. De soldaten weigerden de militaire groet te doen.

De mislukte vlucht had 2 belangrijke gevolgen:

Frankijk raakt in oorlog met andere landen
De Franse revolutionaire regering besloot zelf een oorlog te beginnen, ze hoopte door die oorlog een einde te maken aan de verdeeldheid onder de Franen. In april 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk (het geboorteland van koningin Marie Antoinette). Pruisen kwam Oostenrijk te hulp. Hun troepen vielen Frankrijk binnen. De inval kostte Lodewijk en Marie Antoinette de troon en hun leven. Lodewijk's paleis werd bestormd, en kort daarop werd de koning afgezet. Frankrijk werd een republiek. In januari 1794 verscheen Lodewijk voor het parlement om zich te verdedigen, hij werd beschuldigd van landverraad. De meerderheid van het parlement veroordeelde hem ter dood. Frankrijk werd in datzelfde jaar van alle kanten aangevallen.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!