Samenvatting paragraaf 7.3

Vanaf de 18de eeuw namen de Turken een aantal dingen van West-Europa over in de hoop het Turkse Rijk bijeen de houden en meer weerstand te bieden aan het Europese imperialisme: het leger werd naar West-Europees voorbeeld gereorganiseerd, getraind en bewapend en Westerse missionarissen en zendelingen mochten in Turkije scholen oprichten. De sultans namen deze dingen over om hun macht en de bevoorrechte positie van de Turken te behouden. Dat doel hebben ze uiteindelijk niet bereikt: Groot-Brittannië en Frankrijk kregen grote invloed in het Turkse rijk; er onstonden Arabische en Turkse nationalistische bewegingen; na de Eerste Wereldoorlog verloren de Turken het grootste deel van hun rijk. Onder leiding van Moestafa Kemal Ataturk werden veranderingen doorgevoerd om van Turkije een moderne staat naar Westers voorbeeld te maken.

Van het ideaal van een staat waarin alle Arabieren woonden kwam niets terecht:

Uit de mandaatgebieden ontstonden later nationale staten.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!