Samenvatting hoofdstuk 2: de Sovjet-Unie (1917-1991)

De ideologie van de Sovjet-Unie: het marxisme-leninisme

In 1923 gaven de bolsjewieken Rusland de nieuwe naam Unie van Socialistische Sovjet-Republieken (USSR), verkort ook wel Sovjet-Unie (SU). 5 jaar eerder hadden de bolsjewieken zich ook al de Communistische Partij genoemd. De communistische partij baseerde zich op het marxisme-leninisme.

Marxisme
De Duitser Karl Marx heeft het marxisme bedacht. Hij vond dat er altijd een bepaalde bevolkingsgroep de productiemiddelen in handen had, die noemde hij de heersende klasse. De heersende klassen liet de onderdrukte klasse voor zich werken. Tussen deze 2 klassen heerste een 'klassenstrijd'.
In de industrialisatie noemde Marx de rijke bevolkingsgroep die de productiemiddelen in handen had, de bourgeoisie, de heersende klasse dus. De arbeiders waren de onderdrukte klasse. Dit noemde hij het proletariaat. Het hele systeem noemde hij het kapitalisme.
Marx dacht dat de kapitalisten hun eigen ondergang zouden veroorzaken door onderlinge concurrentie, en doordat de arbeiders steeds armer zullen worden en dus bereid zijn tot klassestrijd. Het proletariaat zou dan een revolutie uitvoeren en de macht krijgen, dit noemde Marx "de dictatuur van het proletariaat". Iedereen zal productiemiddelen in handen krijgen waardoor er geen klassen meer zullen zijn. Dit noemde Marx het socialisme.
Hij wilde dat iedereen aan elkaar gelijk was en iedereen hard werkt voor de gemeenschap, zodat iedereen zou kunnen krijgen wat hij wilde, er geen misdaden meer zullen gepleegd worden, politie kon worden afgeschaft en de hele wereld één staat zou kunnen zijn.
Marx noemde zijn leer het communisme. Toen Marx overleed was er nog nergens een communistische revolutie uitgebroken.

Leninisme
Er werden na 1850 vele marxistische partijen opgericht. Maar het gebeurde allemaal niet zoals Marx voorspelde. Het kapitalisme werd alleen maar sterker en de arbeiders kregen het iets beter. Lenin nam Marx' opvattingen over met een paar toevoegingen:

In de SU werd het marxisme-leninisme in het middelbaar en hoger onderwijs een verplicht vak.

De communistische partij probeert het marxisme-leninisme in de praktijk te brengen

De communistische partij nam de volgende maatregelen om het marxisme-leninisme in praktijk te brengen:

Er ontstonden hierdoor grote problemen. De productie van de landbouw en industrie daalde sterk. Daarom voerde Lenin de NEP in. De boeren mochten meer producten vrij verkopen en kleine bedrijven en winkels werden teruggeven aan hun eigenaren. In 1927 werd toen het productiepeil van 1913 weer bereikt.

De bolsjewieken stonden enige vrijheid binnen hun partij toe. Tegelijk met de NEP werd hieraan een einde gemaakt. Oppositie werd verboden en tegenstanders werden vervolgd door de speciale politie 'Tsjeka'.

Internationalisme was een kenmerk van het communisme en daarom werd het nationalisme 'uitgebannen'. Ze schaften vele symbolen af. De Sovjet-Unie werd een unie van 9 sovjet-republieken.
Ook werd de godsdienst op allerlei manieren bestreden.
De bolsjewieken vonden het onderwijs erg belangrijk, ze begonnen daarom een grondige reorganisatie van het onderwijs:

Er werd veel aandacht besteed aan het vormen van 'de jonge generatie in de geest van de marxistisch-leninistische wereldbeschouwing'. Dit werd ook gedaan in de 2 jeugdorganisaties. De pioniers ( 9-14) en de Komsomol (14-26). IJverige leden van de Komsomol hadden de meeste kans later een leidende positie te krijgen in vele opzichten. De meeste jongeren waren lid van deze jeugdorganisaties.

De bolsjewieken gaven de vrouwen gelijke rechten. Het huwelijk en gezin lieten ze wel bestaan, maar:

De kunstenaars kregen ook redelijk grote vrijheid, alleen anticommunistische kunst werd verboden.

Stalin wijzigt ideologie en praktijk

Toen Lenin stierf ontstond er een machtsstrijd tussen Boecharin, Trotski en Stalin.

In 1929 was Stalin 'meester' van de SU geworden. Dit kwam vooral door zijn optreden als secretaris-generaal van de partij. Tot aan 1953 oefende Stalin alleenheerschappij uit over de SU. De belangrijkste kenmerken van zijn bewind, het stalinisme, zijn:

Om Stalins 'greep op de samenleving' te versterken maakte hij een eind aan vele veranderingen uit de jaren '20. Russisch kwam bijvoorbeeld in het onderwijs op de 1e plaats. Er werd strenger gekeken naar kunst, schrijvers konden vaak hun manuscripten niet meer uitbrengen etc. De kunstenaars moesten lid worden van een bond die door de regering werd gecontroleerd. De leden van deze bond hadden wel voorrechten.
De onderwijsvernieuwingen waren negatief dus keerde Stalin weer terug naar het oude onderwijssysteem met strenge discipline etc.
Abortus werd verboden, echtscheidingen moeilijker gemaakt en 'typische vrouwenberoepen' werden slechter betaald.

In de 1e 2 jaar van de 2e wereldoorlog leed het rode legere vele nederlagen. De Duitsers werden in vele niet-Russische gebieden als bevrijders beschouwt. Uit voorzorg liet Stalin 5 miljoen mensen uit nog niet bezette gebieden deporteren naar Siberië.

In het eigenlijke Rusland lukt het Stalin de meerderheid achter zich te houden. Het Russische nationalisme werd door Stalin ook benadrukt:

De SU kwam de oorlog uit als één van de 2 grootste mogendheden van de wereld, ook al had het land vele verliezen geleden.
Ook had de SU in Oost-Europa veel macht verworven. Ook werden er in alle Oost-Europese landen regeringen aangesteld die communistisch en volledig afhankelijk van de Sovjet-Unie waren.

De 'destalinisatie'

Toen Stalin in 1953 stief werden vele mensen uit straf- en werkkampen vrijgelaten.
In 1956 kwam voor het eerst sinds Stalins dood de CPSU bijeen. Chroesjtsjov bleek de sterkste man van de partij te zijn. Hij wilde een einde maken aan verschillende aspecten van het stalinisme. Dit werd in het westen 'destalinisatie' genoemd.
Westerse onderzoekers dachten dat Chroesjtsjov niet uit oprechte deze beschuldigingen over Stalin deed, ze dachten namelijk dat:

Meerjarenplannen: geen oplossing voor problemen in industrie en landbouw

Chroesjtsjov vond de productie van consumptiegoederen belangrijker. Maar de nieuwe aanpak van Chroesjtsjov bracht in de praktijk niet de verwachte vooruitgang. Toen Brezjnev regeerde bleef men wel streven naar vergroting van de productie van consumptiegoederen. De kwaliteit van de Russische producten was gewoonweg slecht.
Ook nam hij maatregelen om de landbouw te verbeteren. Kolchozen werden samengevoegd tot nóg grotere bedrijven. Gebieden waar sovchozen ontstonden werden ontgonnen.
Al met al is de SU er niet in geslaagd genoeg voedsel voor zichzelf te produceren.

Het communisme in de SU in theorie en in de praktijk

Hoe was het marxisme-leninisme in de SU in praktijk gebracht?

Gorbatsjov probeert de SU te hervormen

In 1985 werd Michael Gorbatsjov secretaris-generaal van de CPSU en dus de leider van de SU. Gorbatsjov vond dat het slecht ging met het land. De leiders van de SU voor Gorbatsjov vonden juist dat het goed ging maar Gorbatsjov zei dat de achterstand op het westen groter werd in plaats van kleiner. De voornaamste oorzaak was de planeconomie. Deze hadden zowel in de landbouw als de industrie slechte resultaten opgeleverd.
Hij vond ten eerste dat er 'glasnost' (openheid) nodig was om dit te verbeteren. Kritiek op de communistische partij was altijd verboden. Door de glasnost veranderde dit. Er kwam veel mee vrijheid van meningsuiting.
De "glasnost" was nodig om tot "perestrojka" (hervorming) te komen. Het belangrijkste zou de verandering van de planeconomie moeten zijn.

De markteconomie moest de 'socialistische markteconomie' worden. Dit houd in dat de bedrijven producten maken die de klanten willen hebben en dus willen betalen. Arbeiders die niet goed hun werk deden konden ontslagen worden. Er moest hard worden gewerkt om in zo weinig mogelijk uur een goed product te maken.
Bij de planeconomie bepaalde de staat wat er gemaakt moest worden en wat de prijs was. Ook regelden zij de verkoop van de goederen. De bedrijven konden zo nooit failliet gaan omdat er niet naar winst of verlies werd gekeken. De staat betaalde ook de lonen en dus hoefde de arbeiders niet hard te werken omdat de mensen toch genoeg arbeiders in dienst had.
De overgang verliep niet vlekkeloos. De planeconomie werkte niet meer en de markteconomie ook nog niet. Tot gevolg grote schaarste.
In 1990 gaf de opperste sovjet (parlement) Gorbatsjov de bevoegdheid om door besluiten de overgang naar de markteconomie te regelen. Het hoefde dus niet meer socialistisch te zijn. Nu mochten ook particulieren eigenaar worden van een bedrijf. Gorbatsjov beloofde dat de overgang er binnen vijfhonderd dagen zou zijn.

Ook in de communistische partij zelf had de glasnost zijn uitwerkingen. Lang niet alle partijleden luisterden nu naar de leider (Gorbatsjov) en durfden ook kritiek te geven. Er was nu sprake van openlijke oppositie tegen de partijleider.

Ook in de Oost-Europese landen die na de 2e wereldoorlog door Stalin afhankelijk werden gemaakt drong de glasnost door. Er kwamen vele protesten en de communistische regering werd tot aftreden gedwongen. Gorbatsjov liet toe dat de landen zich onafhankelijk verklaarde. Ook sloten de SU en de VS nu overeenkomsten over kernwapens en het leger. Ze waren geen vijanden meer.

De Russische Federatie (nu Rusland & Siberië) was de grootste van de 15 sovjet-republieken. Daar was ook de centrale regering gehuisvest. Veel republieken voelden zich 'overheerst' door 'Moskou' en 'de Russen'. Door de glasnost bleek dat er sterke nationale gevoelens waren onder de volken van de SU. Litouwen verklaarde zich als eerste onafhankelijk. Met een nieuwe Unieverdrag probeerde Gorbatsjov de eenheid te handhaven. Op de dag dat dit ondertekend zou worden pleegden de conservatieve communisten een staatsgreep en namen Gorbatsjov gevangen. Door het vele verzet gaven de leiders zich weer over en Gorbatsjov kwam vrij. Bij dit verzet had Boris Jeltsin de belangrijkste rol gespeelt. Daarom was Jeltsin vanaf toen de machtigste man van de SU.
De mislukte staatsgreep betekende het einde van de SU en het communisme. Binnen een paar dagen verklaarde vele sovjet-republieken zich onafhankelijk. Gorbatsjov trad af als secretaris-generaal van de CPSU. De symbolen van het communisme werden overal verwijderd.

Rusland onder leiding van Boris Jeltsin

Onder leiding van Jeltsin sloten in december 1991 11 republieken een verdrag tot samenwerking onder de naam "Gemenebest van Onafhankelijke Staten" (GOS). Dit was het officiële einde van de SU. Ook toen de SU in 15 zelfstandige republieken was uiteengevallen bleef het nationalisme een probleem:

In 1994 probeerde de Russische regering Tsjetsjeni? weer in te lijven bij Rusland. Dit liep uit tot een militaire aanval in 1994. In augustus 1996 werd een akkoord gesloten. In 1996 werd Boris Jeltsin herkozen tot president.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!