Samenvatting hoofdstuk 2

Paragraaf 1:

Stoffen herkennen
Je kunt stoffen aan de volgende eigenschappen herkennen:

Stoffen en veiligheid

Een stof kan gevaarlijk zijn als je:

Paragraaf 2:

Metalen

Voorbeelden: staal, aluminium, koper, goud, zilver, chroom, zink, lood messing en tin

Voorwerpen die van metaal gemaakt zijn:

Verschillen tussen metalen

Overeenkomsten tussen metalen

Glas

Voorwerpen van glas:

Kunststoffen

PE = polyetheen
PS = polystyreen
PP = polypropeen
PET = polyester
PMMA = polymethylmethacrylaat (plexiglas)
PVC = polyvinylcholide

Keramische metalen

Voorbeelden: steen, tegels, dakpannen, borden, kopjes, schotels, schalen

Voorwerpen van keramische metalen zijn gebakken in een oven. Daardoor zijn ze hard, maar ook breekbaar geworden.

Voorwerpen die van een keramisch metaal gemaakt zijn:

Paragraaf 3:

Massa
De massa van een voorwerp of hoeveelheid stof meet je met een balans of een weegschaal in de eenheid gram (g) of kilogram (kg). Hoe groter de massa, hoe zwaarder het voorwerp.

Onthouden:
1 ton = 1000 kilogram
1 kilogram = 1000 gram
1 gram = 1000 milligram

Volume

Het volume van een voorwerp is de ruimte die dat voorwerp inneemt. Bij een rechthoekig voorwerp zijn dat de lengte x de breedte x de hoogte, oftewel

l x b x h = V

Onthouden:
1 m³ = 100 dm³
1 dm³ = 100 cm³
1 m³ = 1000 dm³
1 dm³ = 1000 cm³

Het volume van vloeistoffen

De eenheid liter (L) wordt alleen voor vloeistoffen gebruikt. 1 liter is evenveel als

1 dm³. Hieruit volgt dat 1 milliliter (mL) evenveel is als 1 cm³. Het volume van een hoeveelheid vloeistof kun je bepalen met een maatglas of maatcilinder.

Onthouden:
1 L = 1000 mL
1 L = 100 cL

Paragraaf 4:

De dichtheid van een stof

Om aan te geven hoe zwaar een stof is wordt het begrip dichtheid gebruikt. De dichtheid van een stof is het aantal gram per cm³ van die stof.

Dichtheid is een stofeigenschap: elke stof heeft zijn eigen dichtheid.

De dichtheid bepalen

- neem een voorwerp of een hoeveelheid van die stof
- bepaal de massa en het volume
- deel de massa door het volume
- denk aan de eenheid bij je antwoord!

Met de volgende formules kun je respectievelijk de dichtheid, het volume en de massa uitrekenen:


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!