Samenvatting hoofdstuk 7
Paragraaf 1:
In Nederland stroomt 134 liter water per persoon per dag uit de kraan. In Afrika maar een paar liter. Het meeste water in Nederland wordt als spoelwater gebruikt en komt in het riool terecht.
Suiker is een stof die oplost in water. Water is dan oplosmiddel. Meel lost niet op in water. Water komt in de natuur voor als heldere oplossing, alleen met kleurstof krijgt water een andere kleur. In zeewater zit zout, die over blijft tijdens verdamping. Dit heet indampen. De hoeveelheid zout in het zeewater per liter heet de concentratie. Een oplossing is een heldere vloeistof waarin stoffen zijn opgelost. Een suspensie is een troebele vloeistof waarin kleine stukjes vaste stof zitten. In een suspensie zakken de vaste deeltjes, dit is bezinken. Door bezinken kan een suspensie helder worden. Een snelle manier hiervoor is filtreren. De vaste stof die overblijft heet residu. Het heldere spul heet filtraat. Oplosbare stoffen halen uit vaste stoffen is extraheren. De stof die dat doet is het extractiemiddel (bijv. water).
Water verzadigd met andere stoffen als er het maximale van die andere stof in zit (bijv. suiker). De maximale hoeveelheid per liter noem je oplosbaarheid. Bij hogere temperaturen neemt dat toe, bij gassen is het veel minder.
Paragraaf 2
Voor drinkwater wordt meestal zoet water (water zonder zout) gebruikt. Zoet water is oppervlaktewater van rivieren en meren en zoet water is grondwater. Er zit wel veel afval stoffen in de Rijn en Maas. Sinds 1975 is de kwaliteit van het Nederlandse rivier verbeterd.
Grondwater is schoon door bacteriën. Gebieden waar grondwater gewonnen wordt heten waterwingebieden. Grondwater zit soms erg diep. Na oppomping wordt grondwater met lucht in contact gebracht, beluchten. Hierna wordt het water door een zandfilter gehaald, dan is het al goed. Eenderde van het drinkwater is grondwater. In de duinen zit het zoete water op het zoute water, dit wordt opgepompt en krijgt dezelfde behandeling als grondwater. Er wordt extra water naar het duin water geleid (infiltratiewater), om te voorkomen dat het duinwater opraakt. Oppervlakte water laat men eerst bezinken (vaste deeltjes laten zinken), daarna laat men het zeven, dan vlokken vormen aan deze vlokken blijven vervuilingen hangen, dan komt bacteriën doden. Dit doet men met UV, of het sterkere ozongas. Vroeger gebruikte men chloor. Smaak- en geurstoffen filtert men met actieve kool. Dit houdt de stoffen vast. Dit proces heet adsorptie. Actieve kool is het adsorptiemiddel. De kool wordt later gefilterd. Als de kwaliteit na de normale filtering niet goed is, wordt het extra gefilterd.
Paragraaf 3
Water is de natuur is niet zuiver. Uit verontreinigde lucht komt zure regen. Zeewater is door zout nooit zuiver.
Water met veel kalk heet hard water. Als je hard water verwarmt ontstaat kalkaanslag/ketelsteen. Hierdoor gaan apparaten (bijv. wasmachine) stuk. Bij hard water heb je meer wasmiddel nodig, maar water met kalk is gezond, dus zit er een beetje kalk in het drinkwater. Het meeste oppervlakte water is vervuild, maar grondwater kan ook vervuild raken door regenwater en bodemvervuiling. Waterwingebieden worden daarom beveiligd.
Drinkwater mag niet vervuild zijn, daarom is er een door de regering opgestelde lijst met toegestane maximale concentratie, waar veel stoffen op staan met de maximale toegestane hoeveelheid. Dit wordt vaak gecontroleerd.
Een eenvoudige manier om zuiver water te maken is destilleren. Hierbij verdampt men water en laat de damp weer condenseren. De opgevangen damp heet destillaat en de overgebleven stoffen heten het residu. Zo krijg je heel zuiver water, maar voor grote schaal is deze methode te duur. Op eilanden en in laboratoria wordt dit wel gedaan.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!