Samenvatting hoofdstuk 3

Als je stoffen mengt of verwarmt, kunnen chemische reacties optreden. Bij een chemische reactie verdwijnen de beginstoffen en ontstaan nieuwe stoffen.

Je moet dan ook vooral kijken of je voor en na het mengen of verwarmen andere stofeigenschappen ziet.

Als je begint met een vaste stof en er is na het verwarmen een vloeistof ontstaan, weet je nog niet of er een chemische reactie is opgetreden. Het kan zijn dat er een faseovergang is opgetreden: de stof is dan gesmolten.

Om te kunnen beoordelen of een reactie is opgetreden moet je de beginstoffen en de reactiestoffen bij dezelfde temperatuur, bijvoorbeeld kamertemperatuur, vergelijken.

Een chemische reactie geef je kort weer in een reactieschema:

Beginstoffen (fase) → reactieproducten (fase)

De vorm van de stof en de handelingen staan niet in een reactieschema. Verschijnselen als vuur en licht zijn geen stoffen en komen dus niet voor in een reactieschema.

Als er zeer bijzondere omstandigheden zijn waaronder de reactie verloopt, zoals ‘licht’ of ‘gelijkstroom’, dan kun je deze boven de reactiepijl zetten.

We onderscheiden ontledingsreacties en vormingsreacties.

Bij een ontledingsreactie verdwijnt één beginstof en ontstaan twee of meer reactieproducten.

Bij een vormingsreactie ontstaat uit twee of meer beginstoffen één reactieproduct.

Niet alle stoffen kun je ontleden. Van de ongeveer 20 miljoen stoffen die nu bekend zijn, kun je er maar een paar honderd niet ontleden. Dat zijn de niet ontleedbare stoffen. Alle andere stoffen zijn ontleedbare stoffen.

Ontleedbare stoffen kun je op verschillende manieren ontleden: door warmte, door gelijkstroom of licht. Er zijn dus drie soorten ontledingsreacties:

Warmte, stroom en licht zijn alledrie vormen van energie. Bij ontledingsreacties moet voortdurend energie worden toegevoegd. Ontledingsreacties zijn dus endotherme reacties.

Reacties waarbij energie vrijkomt, zijn exotherme reacties.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!