Samenvatting hoofdstuk 4
Bij een chemische reactie verdwijnen de beginstoffen en ontstaan nieuwe stoffen: de reactieproducten.
Als bij een chemische reactie een niet ontleedbare stof verdwijnt, kun je(soms via een serie reacties) deze niet ontleedbare stof weer terugkrijgen. Je kunt dit weergeven in een kringloopschema.
Omdat je de niet ontleedbare stoffen altijd weer op de één of andere manier kunt terugkrijgen, nemen we aan dat bij de reacties iets behouden blijft: de elementen.
Niet ontleedbare stoffen bestaan uit één element. Ontleedbare stoffen bestaan uit meerdere elementen.
Ieder element wordt met zijn eigen elementsymbool weergegeven. Er bestaan ongeveer honderd elementen. Deze volgende elementen moet je goed leren:
- Al aluminium
- Fe ijzer
- Ba barium
- Ag zilver
- Cd cadmium
- Zn zink
- Ca calcium
- Ar argon
- Cr chroom
- Br broom
- Au goud
- Cl chloor
- K kalium
- F fluor
- Cu koper
- P fosfor
- Hg kwik
- He helium
- Pb lood
- I jood
- Mg magnesium
- C koolstof
- Mn mangaan
- Ne neon
- Na natrium
- Si silicium
- Ni nikkel
- N stikstof
- Pt platina
- H waterstof
- Ra radium
- O zuurstof
- Sn tin
- S zwavel
- Ti titaan
- U uraan
- W wolfraam
Een niet ontleedbare stof noteer je met het elementsymbool voorzien van een toestandsaanduiding. Bij een ontleedbare stof schrijf je de elementsymbolen achter elkaar met een komma ertussen en aan het einde zet je de toestandsaanduidingen. We gebruiken de volgende toestandsaanduidingen:
- Vaste stof (solid) (s)
- Vloeistof (liquid) (l)
- Gas (g)
- Opgelost in water(aqua)(aq)
- Als een ontleedbare stof uit twee elementen bestaat, krijgt het tweede element een iets andere naam.
- O oxide
- F fluoride
- Cl chloride
- Br bromide
- I jodide
- S sulfide
Bij chemische reacties geldt de wet van massabehoud: alle beginstoffen wegen samen net zo veel als alle reactieproducten bij elkaar.
Stoffen reageren in een vaste massaverhouding met elkaar. Als je de verhouding kent, kun je met het vijf-stappen-schema berekeningen aan reacties uitvoeren.
We verdelen de niet ontleedbare stoffen in twee groepen: metalen en overige. De metalen glimmen en geleiden de stroom. De andere niet ontleedbare stoffen vormen niet zo’n duidelijke groep. Metalen kunnen corrosie vertonen. Ze reageren dan met zuurstof en water(damp). Bij ijzer spreken we dan van roesten.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!