Hoofdstuk 3
Inleiding:
De genocide op de joden door de nationaalsocialisten maakt de WOII een ijkpunt in de contemporaine geschiedenis.
Tussen 1939 en 1945 werden bijna zes miljoen joden vermoord.
§3.1 Een wankelende Republiek:
De republiek van Weimar (Duitsland tussen de beide wereld oorlogen in; ook wel de Interbellum) kende veel economische chaos en politieke instabiliteit.
In januari 1919 probeerde de radicale socialisten een communistische revolutie te ontketenen.
Dit werd de Spartakisten-opstand genoemd, de leiders van deze opstand waren:Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, zij werden gelijk na hun arrestatie zonder proces vermoord.
In Augustus 1919 werd er een grondwet ingesteld.
In het voorjaar van 1920 ondernam doctor Kapp met hulp van een aantal hoge officiëren de rechts-extremistische Kapp-putch.
In 1921 werd het schuldbedrag bekend gemaakt: 132 miljard goudmark, al in 1922 bleef Duitsland in gebreke met de herstelbetalingen, vooral Frankrijk reageerde fel en stuurde soldaten naar het Ruhrgebied om de Duitse arbeiders te dwingen steenkool te leveren.
§3.2 Einde van Weimar?
In november 1923 was er een zielige vertoning van een couppoging door de NSDAP die zich moesten verantwoorden tegenover de rechtbank.
Na een protestdemonstratie in München waarbij tientallen doden vielen werd Hitler gearresteerd en kreeg 5 jaar gevangenisstraf. De straf duurde echter maar een jaar, in dat jaar had hij zijn beroemde boek ‘Mein Kampf’ geschreven, dat bestond uit twee delen, 1925 het eerste en het tweede in 1927.
In dat boek stond dat de nationaalsocialisten een politieke stroming was die vooral tegen een aantal zaken was: tegen de republiek, de democratie, het socialisme, het communisme en tegen joden.
In 1925 ging het Dawesplan van start, waardoor het beter ging met de Duitse economie.
Later in dat jaar (dus nog steeds 1925) accepteerde Duitsland vrijwillig het verdrag van Locarno, in 1926 werden ook de grenzen met Polen en Tsjecho-Slowakije erkend.
Alles ging goed totdat de Amerikaanse beurs in 1929 in roet op ging
Doordat de economie van Duitsland op instorten stond kreeg de rechts-extremistische NSDAP meer stemmen, in 1932 behaalde Hitler samen met de NSDAP 37% van de stemmen.
Met behulp van de nieuwste communicatiemiddelen zoals radio, films en grammofoonplaten kon Hitler zijn ‘valse’ beloftes door heel Duitsland verspreidden.
Hitler was een populist; zijn aanhangers noemden hem führer, hij beloofde de Duitsers werk, waar een grandioos te kort aan was en kreeg zo zijn hoeveelheid aanhang.
§3.3 Opstap naar macht:
1932 word het jaar van de verkiezingen genoemd.
De SS en de SA beschermde Hitler als een popster.
In 1933 kreeg Hitler de opdracht van oud generaal Hindenburg een kabinet te vormen, natuurlijk stelde Hitler zichzelf aan als leider van dat kabinet.
Op 30 januari 1933 werd Hitler rijkskanselier, op dat moment hadden slechts 2 ministers van de NSDAP zitting in Hitlers kabinet.
Op 27 februari vloog het gebouw van de volksvertegenwoordiging in brand, die gebeurtenis heet de rijksdagbrand, wie schuldig was aan die brand weten we nu nog steeds niet maar Hitler zag een grote kans en beschuldigde zijn grootste politieke tegenstanders, de communisten, ervan, als gevolg van die beschuldiging werden de communisten geen deel meer uitmaken van de verkiezingen en werd de Nederlander Marinus van der Lubbe als persoon verantwoordelijk gesteld van de brand en te dood veroordeeld.
Op 28 februari tekende president Hindenburg op grond van artikel 48 van de grondwet een noodverordening die ‘de staat moest beschermen tegen het communistische geweld, vele communisten werden hierdoor opgepakt.
Hitler zorgde voor rellen op straat en behaalde daardoor 43.9% van de stemmen en eiste binnen het etmaal de overwinning op.
Op 23 maart diende de regering onder leiding van rijkskanselier Hitler een machtigingswet in, door beloftes te doen aan liberale en katholieke vertegenwoordigers stemde de Rijksdag voor en zo zette Hitler de democratie buiten spel.
Hiermee was de republiek van Weimar definitief afgelopen.
§3.4 Führer aan de macht:
Hitlers derde rijk moest duizend jaar duren.
Hitler symboliseerde de wil van het Volk.
Alles werd ondergeschikt gemaakt aan de NSDAP en minister van propaganda Joseph Goebbels zette een grootscheepse campagne op om de bevolking te indoctrineren.
Er werd een nieuwe leerstof voor scholen ontwikkeld en als leraren die niet wilden werden ze ontslagen, op 10 mei 1933 hielden sympathiserende studenten en hoogleraren een eerste boekverbranding.
Werken in een land met 6 miljoen werklozen kon je alleen maar als je lid werd van de Rijkscultuurkamer.
De opvoeding van kinderen werd door de staat overgenomen.
Vanaf 1936 werden 10-18 jarigen werden verplicht om tot het nationaalsocialistische Jungvolk, de Bund Deutscher Mädel of de Hitlerjugend te horen.
De jongens werden zo direct en indirect voorbereid tot een leven als soldaat.
Na de middelbare school moesten zowel jongens als meisjes één jaar verplichte arbeidsdienst verrichten, voor jongens was dat: landbouw, bouw of industrie en meisjes werden voorbereid op hun toekomstige rol als moeder en dienden bij gezinnen met veel kinderen.
Moderne kunststromingen werden betiteld als ontaarde kunst.
De socialen en de communisten werden de eerste slachtoffers van de Gestapo.
Op 1 april werd een campagne gestart om joodse winkeliers te boycotten en 6 dagen later werden alle joodse mensen die werkzaam waren het onderwijs, de media en in de overheid ontslagen.
In augustus 1934 overleed president Hindenburg.
In de nacht van de lange messen op 1 juli 1934 werden de SA leiders vermoord.
§3.5 Oorlog:
In 1936 trokken de Duitsers Rijnland binnen wat tegen het verdrag van Versailles was.
In 1933 had Hitler de Volkenbond verlaten en was een bondgenootschap met Mussolini, de toenmalige Italiaanse leider, aangegaan: de as Rome-Berlijn.
Op 13 maart 1938 lijfde Hitler Oostenrijk in: de Anschluss.
In 1938 werd Tsjecho-Slowakije onder druk gezet om hun provincie Sudetenland af te staan, toen werden de andere Europese landen nerveus.
Op 30 september 1938 vond in München een overleg plaats tussen Hitler en de andere Europese leiders, toen Hitler dreigde met een oorlog moest Tsjecho-Slowakije Sudetenland wel afstaan.
Voorlopig leek de vrede gered door de conferentie van München.
In het voorjaar van 1939 veroverde Hitler heel Tsjecho-Slowakije.
Groot-Brittannië en Frankrijk riepen Hitler een halt toe en polsten voorzichtig een bondgenootschap met de Russische leider Stalin, hij vertouwde het niet omdat hij niet op de conferentie van München was uitgenodigd.
Stalin verwachtte een confrontatie met Hitler en stuurde zijn minister van buitenlandse zaken naar Hitler om een niet-aanvals verdrag te sluiten, in augustus 1939 werd het Molotov-von Ribbentrop-pact gesloten.
Op 1 september viel Hitler Polen binnen waardoor de Interbellum definitief was beëindigd en de tweede wereldoorlog begon.
In april 1940 begon Duitsland met zijn aanval op Noorwegen en Denemarken, op 10 mei 1940 kregen ook Nederland en België te maken met de Blitzkrieg. Na hun overgave op 14 en 18 mei, gingen de Duitse troepen door naar Frankrijk dat zich in juni overgaf.
In juni 1941 verbrak Duitsland zijn verdrag met de Sovjet-Unie en startte operatie Barbarossa.
In december 1941 kwam de Duitse opmars tot stilstand.
Dezelfde maand raakte de V.S. betrokken bij de oorlog doordat Japan, die sinds eind 1936 een bondgenoot was van Duitsland, de Amerikaanse vlootbasis in Azië Pearl Harbor aanviel.
De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie vormden de Grote Alliantie.
Die behaalde haar eerste succes al in 1942 bij El Alamein, in de woestijn in Egypte.
In juli 1943 behaalde de Grote Alliantie een groot succes op Sicilië en op 6 juli 1944 begon hun invasie op de stranden van Normandië.
Op 7 mei 1945 was de oorlog in Europa voorbij, die tegen Japan ging nog wel door maar Hitler had zelfmoord gepleegd en zijn generaals hadden zich overgegeven aan de Grote Alliantie.
§3.6 Onderdrukking, vervolging, moord, genocide:
Antisemitisme betekend Jodenhaat.
Joden werden al heel lang aangeduid met stereotypen als: sjacheraar, woekeraar, profiteur, vijand van Christus, samenzweerder of ze werden als onbetrouwbaar afgeschilderd.
Daardoor konden ze makkelijk als zondebok dienen.
Hitler noemde de joden de vijand van het Duitse volk.
Als gevolg van de instelling van de Neurenberger wetten in 1935, ter bescherming van het Duitse volk en de Duitse eer, werden ze zelfs gedegradeerd en hadden ze geen rechtsbescherming meer.
In november 1938 vond de Kristallnacht plaats.
Einsatztroepen vermoorden hele bevolkingsgroepen maar hadden het speciaal gemunt op joden.
Eind 1941, nog geen half jaar na de inval, waren al meer dan een miljoen joden vermoord.
De nationaalsocialisten experimenteerden in die maanden met een chemisch middel: Zyklon B.
De blauwzuurkristallen, die bij contact met zuurstof ontbranden tot een dodelijk gas, werden in september 1941 in het Oostenrijkse Hartheim getest op gevangenen uit de concentratiekampen
Dachau en Mauthausen. De massamoorden werden hierdoor een stuk minder bloederig.
Tijdens de Wannsee-conferentie van 20 januari 1942 regelden de nationaalsocialisten de organisatie van de moord op de joden in Europa.
De SS kreeg de leiding en gelastte een rationele bureaucratisch uigevoerde genocide.
Vanuit getto’s moesten 11 miljoen (11.000.000) joden via doorgangskampen per trein naar vernietigingskampen worden gebracht.
Joodse raden moesten het proces van deportatie vergemakkelijken.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!