Samenvatting hoofdstuk 4, geneesmiddelen

Paragraaf 1

Een reguliere arts vraagt naar jouw klachten. Aan de hand hiervan probeert hij de lichamelijke oorzaak van jouw klacht te achterhalen. Ook een homeopathische arts informeert naar jouw klachten. Bovendien probeert hij een indruk te krijgen van hoe jij bent als persoon. Dat doet hij door middel van vragen stellen. Hierdoor probeert hij jouw ziektebeeld te achterhalen.

Een reguliere arts schrijft een middel voor dat de klacht bestrijdt. Een homeopathisch arts schrijft een middel voor dat het zelfgenezende vermogen van jouw lichaam versterkt. Dit betekent dus dat je eigenlijk een beetje ziek wordt gemaakt, waardoor jouw lichaam antistoffen aanmaakt. Homeopathische geneesmiddelen zijn sterk verdund met water of alcohol.

Bij onderzoeken van een regulier geneesmiddel wordt het middel bij zieke mensen ingebracht. Onderzocht wordt naar de werking en de bijwerkingen. Ook wordt gekeken welke dosis de beste werking heeft.

Bij onderzoeken van een homeopathisch geneesmiddel wordt het middel door gezonde mensen ingenomen. De onderzoeker houdt bij welke verschijnselen er op treden: zowel lichamelijke als psychische. Ook wordt gekeken onder welke omstandigheden de verschijnselen erger worden. Aan de hand hiervan wordt het geneesmiddelbeeld opgesteld. Wanneer een homeopathisch arts een geneesmiddel voorschrijft, vergelijkt hij het geneesmiddelbeeld met het ziektebeeld. Ook stelt hij vast in welke verdunning het moet worden gebruikt.

Paragraaf 2

Het oplossen van bestanddelen van de ui in de alcohol (bij oertinctuur), noemt men extractie. Hiervoor heb je een extractiemiddel nodig. Voor het maken van oertinctuur is het extractiemiddel 86% alcohol. Dat is alcohol waar een klein beetje water aan is toegevoegd.

Na afloop van een extractie volgt altijd een filtratie. Het resultaat van filtreren is een filtraat en een residu. Het filtraat is de vloeistof die door het filtreerpapier loopt en het residu is dat wat op de filter achterblijft.

Het verdunnen van een homeopathisch geneesmiddel heet potentiëren. Er wordt gepotentieerd in stappen van 1 op 10 (decimale verdunningen) en 1 op 100 (centesimale verdunningen). Het homeopathische geneesmiddel allium cepa heeft als toevoeging D6. Dit betekent dat er 6 maal verdund en geschud is, waarbij steeds de verhouding 1 deel oertinctuur en 10 delen verdunnend mengsel is aangehouden.

Paragraaf 3

Oertinctuur moet aan drie kwaliteitseisen voldoen:

  1. er moeten stoffen inzitten die zwavel bevatten.
  2. de dichtheid moet tussen de 0,940 en 0,960 g/ml liggen.
  3. het chromatogram (kleurenspoor) moet karakteristiek zijn voor allium cepa.

Men noemt loodacetaat ook wel eens een reagens op stoffen met zwavel erin. Dit betekent dat loodacetaat een stof is waarmee je stoffen met zwavel kunt aantonen. Hiervoor is nodig dat er een zichtbare reactie optreedt tussen loodacetaat en deze stoffen (het onstaan van de zwartbuine kleur). Hierdoor weet je zeker dat je met deze stoffen te maken hebt.

Paragraaf 4

Bij de productie van reguliere geneesmiddelen, spelen chemische reacties een grote rol. Bij de bereiding van bitterzout (laxeermiddel) geldt:

Magnesium + accuzuuroplossing à bitterzoutoplossing + waterstofgas.

BTB is een afkorting van broomthymolblauw.

Paragraaf 5

Bij de bereiding van bitterzout valt op dat het afvalprobleem en de noodzaak om het product te zuiveren, twee oorzaken heeft. De eerste is de overmaat. Dit wil zeggen: het magnesium dat je na de reactie nog overhoudt en dus teveel is. De tweede oorzaak is het voorkomen van een overmaat accuzuur.

Paragraaf 6

De atoom- en molecuultheorie van John Dalton houdt in:

  1. Alle stoffen bestaan uit atomen.
    Sommige stoffen bestaan uit losse atomen, andere stoffen uit groepjes van dezelfde atomen en weer andere uit groepjes van verschillende atomen. Groepen atomen noemen we moleculen.
  2. Dezelfde atomen zijn in alles hetzelfde, ook wat hun massa betreft.
  3. Een chemische reactie is niet anders dan een hergroepering van atomen.
    Dit blijkt niet alleen uit tekeningen, maar ook uit de namen van de reactieproducten.

Dezelfde soorten atomen heten elementen. Verschillende soorten atomen heten verbindingen.


Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!